Column | Onderweg

Ik stap over de drempel; een kleine, maar belangrijke stap die me naar buiten leidt, de straat op waar de zon me tegemoet schijnt. Het is kouder dan gisteren, dat valt me meteen op. De zon mag dan nog zo mooi schijnen, de wind is fris en er ligt ijs op het beekje aan het einde van de straat, zo zie ik later. En toch merk ik dat het voorjaar* niet ver weg meer is.

Zonder na te denken loop ik verder dan mijn gebruikelijke rondje door de wijk. Als ik voorbij de huizen ben, loop ik langzaam steeds verder het bos in. Hier en daar hoor ik wat takken en bladeren kraken, maar ik zie niets bewegen. Ik blijf stil staan. Nee, het zijn ook mijn eigen voeten niet die over het beukenlaantje lopen. Dan zie ik dat één van onze honden zichzelf begraaft onder een bed van bladeren. Weet ik ook weer waar dat geluid vandaan kwam.

Verderop loopt een echtpaar. Ik kan niet zien of ze van me weg lopen of op me af komen. Ik blijf even stil staan en kom er achter dat ze van me weg lopen. Ik loop door. Ben me bewust van elke stap die ik zet. Ik richt me op mijn omgeving en langzaam wuif ik al mijn gedachten even aan de kant. ‘Let je wel een beetje op de tijd? Volgens mij moet je nog heel wat doen voor morgen’, hoor ik een gepikeerde stem in mijn hoofd nog zeggen. Ik ga er niet op in. Voor deze ene keer laat ik al mijn gedachten even voor wat ze zijn. Ik heb te lang opgesloten gezeten in mijn eigen hoofd.

De stap naar de rest van mijn leven, een stap dichterbij de zon en verder weg van de schaduw.

Het duurt niet lang voordat ik een bankje tegenkom. Ik neem plaats en kijk om me heen. Gelukkig heb ik mijn bril opgezet, anders had ik hier niets aan. Het eerste wat in me opkomt is dat ik een foto moet maken van dit prachtige beeld. Dat doet de technologie met je. Iedereen deelt alles en alles moet mooi en leuk zijn. Ik besluit mijn telefoon even te laten voor wat het is en begin rustig het beeld dat ik voor me zie in me op te nemen.

Wat ik zie is mooier dan een foto ooit zou kunnen laten zien. Lange, smalle boomstronken die schots en scheef door elkaar zijn gegroeid. Ze zijn kaal, maar hier en daar zie ik dat er alweer wat begint te groeien. Er schijnt licht op de bomen, maar niet alle bomen vangen evenveel licht. Sommige bomen worden overschaduwt door andere bomen. En opeens zie ik het. Tussen al die bomen sta ik, zonder dat ik opval, om me heen te kijken. De wereld aan mijn voeten, maar te bang om uit die schaduw te stappen. Ik denk terug aan de drempel die ik over stapte toen ik naar buiten liep en zet nu eindelijk die andere, veel grotere stap. De stap naar de rest van mijn leven, een stap dichterbij de zon en verder weg van de schaduw.

* – ik schreef dit column eerder dit jaar voor een opdracht in de minor Storytelling.

Advertenties

4 thoughts on “Column | Onderweg

  1. Pingback: Column | Ken ik jou niet ergens van? | Chapter 2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s